Geneeskundige hulp in Kleingenhout anno 1720
Tot ver in de 20e eeuw fungeerden er in de gemeenten zogenaamde 'armendokters'. Het was vrijwel altijd de plaatselijke geneesheer, die een overeenkomst met het gemeentebestuur had gesloten om aan arme inwoners medische hulp te verlenen als zij die hulp dringend nodig hadden. Voor deze dienstverlening ontving de geneesheer dan een bepaalde vergoeding.Vóór 1800 werd de geneeskundige zorg aan armen vrijwel altijd overgelaten aan de welwillendheid van de plaatselijke geneesheer. Maar als door een opeenhoping van hulp aan armen b.v. in geval van besmettelijke ziekten deze geneesheer in de problemen kwam werd aan de Schepenbank van Beek soms om hulp gevraagd. Zo vroeg 'Jan Zegels gesworen schirurgijn der Bancke Beeck' in 1720 aan de Schepenbank om hem een vergoeding te betalen omdat hij door de hulp aan armen in problemen was gekomen. Hij doet daarbij een lijst van wat hij de laatste tijd wel allemaal aan de hand heeft gehad. Daarbij is ook een hulpgeval uit Kleingenhout. Wij lezen: Noch eene aerme vrouwe tot Cleyngenhout genesen van 3 mortificaties. (Nog een arme vrouw uit Kleingenhout genezen van drie gevallen van koudvuur (=afsterven van lichaamsdelen).
Gelukkig krijgen wij anno 2008 via verzekeringen toegang tot de gezondheidsvoorzieningen en worden we niet overgeleverd aan de goede wil van artsen enz.
(Uit: arch. LvO 4176 RHCL) Jacques Aussems

